Probleem 1

Geven of nemen?


In dit eerste probleem ben je zuid en je tegenstander is west. De andere twee spelers doen even niet mee.
Je hebt drie speelkaarten in handen: de aas, de vrouw en de tien van harten. Daarmee moet je zoveel mogelijk slagen maken. Hoe pak je dat aan?
 

 
  
Beginners starten vaak met hartenaas. West zal dan de negen van harten bijspelen.
Vervolgens proberen ze de tien van harten. Die neemt west over met de hartenboer.
In de derde beurt speelt west de hartenheer. Zelf heb je alleen nog maar de hartenvrouw, dus ook deze derde slag is voor west.
West wint deze miniwedstrijd dus met 2-1.
 
Het is beter om de eerste slag weg te geven.
Start met de tien van harten. West neemt die over met de boer.
West is nu aan de beurt en legt de negen van harten op tafel.
Die slag kun je met de vrouw nemen en daarna is je aas natuurlijk ook een slag.
Ditmaal is het 2-1 voor jou!
 
Conclusie: Wie geeft, zal gegeven worden!